HPDT_intro

Oorlog om het vrije woord

Iedereen met een internetverbinding zit tegenwoordig wel op een of andere sociaalnetwerksite waar je met een paar muisklikken belevingen, foto’s en video’s met de rest van de wereld kunt delen. Deze websites blijken ook uitermate geschikt om politieke ideeën te verspreiden en misstanden in dictaturen naar buiten te brengen. Repressieve regimes doen er alles aan dit tegen te gaan en blokkeren websites als Facebook, Twitter en kritische weblogs.

“De eerste golf van internetcensuur vond plaats tussen 2000 en 2006 in met name landen waar er sowieso al sprake was van mediarepressie”, stelt Rob Faris, onderzoeksdirecteur van het Berkman Center for Internet and Society aan Harvard University. Zijn afdeling maakt deel uit van het Canadees-Amerikaanse  OpenNet Initiative (ONI) dat wetenschappelijk onderzoek doet naar vrijheid op het web. “In landen als Iran en Birma probeert de regering met censuur de politieke impact van internet tegen te gaan en in het Midden-Oosten lag de focus voornamelijk op de verderfelijke kant van het internet, zoals pornografische websites.” ONI probeert censuurmaatregelen in kaart te brengen omdat deze vaak niet transparant gepresenteerd worden. “Er zijn veel geruchten. Soms krijgen overheden de schuld terwijl dat niet terecht is. Bedrijven, leerinstellingen en populaire websites blokkeren regelmatig toegang tot webpagina’s uit zichzelf”, zegt Faris.

Ook de Franse persvrijheidsorganisatie Reporters Sans Frontières (RSF) houdt een vinger aan de pols wanneer het om internetvrijheid gaat. Elk jaar publiceren de grensloze journalisten een rapport waarin ze de ‘vijanden van het internet’ aanwijzen. “Het moet wel spannend klinken”, verklaart Lucie Morillon, chef Nieuwe Media. De activistische organisatie maakt zich vooral druk om bloggers in landen met weinig persvrijheid die in tegenstelling tot journalisten er helemaal alleen voor staan wanneer ze vervolgd worden. “Er zitten nu wereldwijd 120 bloggers in de gevangenis. Dat zijn er meer dan ooit”, zegt Morillon. China voert de lijst met internetvijanden aan, gevolgd door Vietnam en Iran. “Maar ook in Birma worden ongevallige internetgebruikers veroordeeld tot 20 of zelfs 35 jaar gevangenisstraf”, zegt Morillon.

Andere landen die surfers volop tegenwerken zijn Noord-Korea, Cuba, Syrië, Tunesië, Turkmenistan, Oezbekistan en Egypte. Internetgebruikers opsluiten is wel de meest vergaande vorm van censuur. Er zijn verschillende methodes waarmee regeringen bepaalde informatie afschermen voor hun burgers. In sommige gevallen bestaat er een zwarte lijst met verboden webadressen, maar er wordt vooral gekozen voor filters die websites op basis van bepaalde sleutelwoorden blokkeren. “De Chinese filter maakt het bijvoorbeeld onmogelijk websites te bezoeken met informatie over het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede. Alleen al rond dat onderwerp zijn 400 begrippen geblokkeerd, waaronder simpelweg het jaartal 1989”, zegt Lucie Morillon. Ook maatschappelijke problemen worden geweerd. “In Iran zijn begrippen als ‘verkrachting’ en ‘slachtoffer’ verboden terrein”, vertelt Morillon.

Repressie op internet leidt volgens diverse wetenschappers bovendien tot zelfcensuur. “Je weet waar de grens ligt en veel internetgebruikers beperken zichzelf uit angst voor represailles”, zegt Morillon. “Regimes intimideren internetters, sluiten ze op of mishandelen ze. Als je in zo’n land het idee krijgt digitaal gesurveilleerd te worden pas je al snel op je woorden”, zegt ook Rob Faris. Hij raadt leden van de oppositie in landen als Iran en China af hun gezicht überhaupt te laten zien op internet. “Veel overheden hadden eerder nog niet te technische knowhow in huis om internetters op te sporen, maar ze maken een vlugge inhaalslag op dat gebied. Het is niet een heel slim idee om in dergelijke landen nog uitgebreid online je verhaal te doen”, waarschuwt de Amerikaan.

Wie toch het internet wil gebruiken moet inventief omspringen met de beperkingen. “Er is geen enkele vorm van censuur vrij van fouten”, zegt Faris. “Een gevolg van censuur dat we vaak zien is dat de activiteiten vanuit andere landen plaatsvinden.” Lucie Morillon draagt Cuba aan als voorbeeld. Nergens in Latijns-Amerika hebben zo weinig burgers toegang tot het web. Er zijn ook maar een klein aantal websites te bezoeken zijn die doorgaans doordrenkt zijn van staatspropaganda. “Cubaanse bloggers tikken hun stukjes daarom thuis en zetten het op een USB-stick. In hotels voor westerse toeristen waar geen censuur is zetten ze dit vervolgens op buitenlandse websites, maar dit is erg duur voor de gemiddelde Cubaan.”

Hoewel de risico’s in de genoemde landen groot zijn, mijden activisten het web niet. Vorig jaar zomer gebruikten Iraanse studenten massaal het internet om de wereld op de hoogte te stellen van hun protesten na de omstreden presidentsverkiezingen. En in Rusland en Egypte is protest via internet ondanks alles nog altijd veiliger dan zelf de straat op te gaan. “Russische oppositieleden durven niet eens offline te protesteren”, zegt Lucie Morillon. Ze geeft diverse voorbeelden die het belang van een vrij internet moeten illustreren. “Behalve bloggers die kritisch binnenlandse ontwikkelingen volgen zijn er veel maatschappelijke acties die offline niet van de grond zouden komen. In Wit-Rusland was er een internetcampagne voor het behoud van gratis openbaar vervoer voor ouderen en in Tunesië wordt via Facebook meer aandacht gevraagd voor de huisvesting van studentes op de universiteitscampussen ” Rob Faris zegt verbaasd te zijn over het gebrek aan censuur in landen als Rusland en Algerije. “Dat zijn landen met veel restricties, maar de internettoegang is er relatief vrij open.”

Tegelijkertijd zijn landen waar je censuur niet zou verwachten toch ook bezig het één en ander te filteren. “De tweede golf van internetcensuur zien we nu en vindt plaats in westerse democratieën”, zegt Faris. Zowel zijn organisatie als RSF kijken argwanend naar Australië, waar de overheid aan een grote filter werkt die (kinder)pornografische websites voor het hele land moet blokkeren. De filter werkt automatisch en is gebaseerd op sleutelwoorden. “Australië test het systeem al twee jaar en onlangs bleek uit uitgelekte informatie dat totaal legale websites geblokkeerd worden. Van een matrassenwinkel, tot een homobeweging en de website van een tandarts”, zegt Lucie Morillon. “Die automatische filter is dus te breed en gaat niet werken.” Faris heeft ook weinig vertrouwen in het project. “Dergelijke maatregelen probeerden de Verenigde Staten al uit in de late jaren negentig om kinderen te beschermen, maar het mislukte omdat het technisch niet haalbaar was.”

Een ander democratische land dat te ver doorschiet wat ONI en RSF betreft is Zuid-Korea. Eveneens om kinderen te beschermen moeten alle gebruikers zich registreren met hun ware identiteit. Anoniem surfen is er niet meer toegestaan. “Maar je kunt natuurlijk makkelijk iemand anders z’n identiteit stelen, ook dit systeem blijkt in de praktijk niet heel succesvol”, zegt Rob Faris. “China probeert dit ook. Daar moet je bij het registreren van een domeinnaam jezelf ook nog uitgebreid legitimeren. Maar alsnog duiken er overal anonieme weblogs op.”

De laatste jaren verschijnen meer en meer namen van westerse landen op de lijsten van ONI en RSF. Vormen van internetcensuur zijn inmiddels in de hele Europese Unie te vinden. Voorbeelden zijn het blokkeren van downloadwebsites zoals The Pirate Bay in Italië, maar ook extreemrechtse websites in Frankrijk en online casino’s in Estland en Finland. Begin dit jaar arresteerden Italiaanse autoriteiten nog vier medewerkers van Google vanwege een schokkend filmpje dat via de zoekmachine te vinden was, maar waar de gearresteerden verder niks mee te maken hadden. Maar waar ONI, SFR en ook de Nederlandse digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom (BOF) zich het meest zorgen om maken is het plan voor een algehele Europese filter. “Supergevaarlijk”, vindt Ot van Daalen, directeur van BOF. “Dit is een eerste stap naar een gemankeerd en gecensureerd internet.”

Ook voor de Europese filter is het voornaamste argument de bestrijding van kinderporno. “Als je er echt wat aan wil doen dan verwijder je die websites in plaats van ze af te schermen. De echte kinderpornofanaat zal toch manieren vinden de filter te omzeilen en andere manieren vinden om zijn materiaal te verspreiden”, zegt Van Daalen. Rob Faris en Lucie Morillon zijn het met Van Daalen eens. “Door sleutelwoorden te ontlopen zal illegaal materiaal aan de filter ontkomen, maar artikelen op nieuwswebsites over kinderpornografie lopen juist weer de kans geblokkeerd te worden”, zegt Morillon. “Je gaat hoe dan ook fouten maken en je lost er geen probleem mee op, wel tast je de vrijheid van meningsuiting aan”, voegt Faris toe. Van Daalen vreest nog het meest voor de mogelijke gevolgen. “Met de infrastructuur van die filter kan in de toekomst in principe alles afgeschermd worden en kan de overheid dus altijd bepalen wat je wel en niet mag zien.” In Australië is de website van de euthanasielobby bijvoorbeeld geblokkeerd. “Dat kan je hier ook krijgen, daar moet ook de ik-heb-niets-te-verbergen-burger zich zorgen om maken”, zegt Van Daalen.

De organisaties pleiten overigens niet voor totale anarchie op het internet. “Als een website geblokkeerd wordt vanwege een rechterlijke uitspraak dan hoor je ons niet klagen, maar met een automatische filter hebben we wel problemen”, zegt Morillon. Rob Faris vindt dat overheden die een filter gebruiken aan symptoombestrijding doen. “Hoe minder censuur hoe beter. Je kunt problemen beter aanpakken dan doen alsof ze niet bestaan. Dat gezonde overheden nu gaan filteren is een groot probleem. In landen als China, Cuba en Iran is het een gevolg van bestaande problemen. Maar als westerse democratieën nu ook beginnen kunnen zij zeggen dat ze gewoon precies hetzelfde doen als wij.” Of westerse landen massaal overgaan op het gebruik van filters is nog onzeker. “Het gevecht is volop op gang”, zegt Lucie Morillon. “Alle partijen gaan er vol voor, het is momenteel echt een oorlog op het internet.”